Vragen? Hulp nodig? Bel ons:
024 - 649 50 00

Home Nieuws Prinsjesdag: Gevolgen voor werkgevers en werknemers

Prinsjesdag: Gevolgen voor werkgevers en werknemers

De werkloosheid daalt dit jaar tot 6,2% en blijft stabiel in 2017. Het betekent dat nog 560.000 werkzoekenden geen werk hebben. De werkgelegenheid is wel met ruim 230.000 banen gestegen en ook het aantal openstaande vacatures stijgt. De werkloosheid onder jongeren blijft hoog met gemiddeld 11%. De werkgelegenheid komt vooral van flexwerk (72.000 extra banen in het afgelopen jaar), maar voor het eerst sinds 2009 groeit ook weer het aantal vaste banen (15.000 extra banen in het afgelopen jaar). Driekwart van alle medewerkers heeft een vast dienstverband.
 

Arbeidskorting

Per 1 januari 2017 bedraagt de arbeidskorting € 3.223. De afbouw van de arbeidskorting begint bij €32.444.
 

Maatregelen om werkloosheid onder jongeren tegen te gaan

Het kabinet zet in op een betere oriëntatie op opleiding en werk, de City Deal met vernieuwende oplossingen. Dit geldt voor (migranten)jongeren uit achterstandsbuurten en het matchen op werk door gemeenten en UWV van jongeren met een uitkering en jongeren zonder startkwalificatie.
 

Maatregelen om werkloosheid onder 50-plussers tegen te gaan

Als 50-plussers werkloos worden komen ze moeilijk weer aan de slag waardoor ze vaker langdurig werkloos zijn. Om dit tegen te gaan is het Actieplan Perspectief voor 50-plussers naar de Tweede Kamer gestuurd.
  

Jeugdloon verdwijnt

In 2017 begint het einde van het jeugdloon. Tussen 2017 en 2019 krijgen jongeren steeds iets meer betaald; in 2019 verdient iedereen vanaf 21 jaar ten minste het minimumloon. Het minimale inkomen van 18-, 19- en 20-jarigen wordt verhoogd.
 

Voordeel lage inkomens

Om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten, is er vanaf 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV): een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen – of houden – die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer. De Belastingdienst betaalt het LIV automatisch uit. 
 

WGA flex en vast

Per 01-01-2017 smelt de WGA (vast en flex) samen tot één WGA-risico. Werkgevers kunnen kiezen tussen het UWV en een verzekeraar:
 
1. Blijven bij UWV 
Alles blijft zoals het was. Alleen de premiestelling bij het UWV verandert.
 
2. Blijven bij verzekeraar 
De verzekeraar maakt o.b.v. gegevens een inschatting van het risico en komt met een voorstel. Gaat de klant akkoord, dan gaat er een nieuwe garantieverklaring naar de Belastingdienst.
 
3. Overstap naar UWV
De werkgever zegt de polis op per 01-01-2017 (opzegging vóór 01-12-2016 bij de verzekeraar) en de verzekeraar trekt de garantieverklaring in. Werkgever moet minimaal 3 jaar blijven bij het UWV; bij de premiehoogte voor (middel)grote bedrijven wordt gekeken naar de historische WGA-lasten (bij een verzekeraar of eerder bij het UWV).
 
4. Overstap naar verzekeraar
De verzekeraar beoordeelt gegevens voor een aanbieding. Is werkgever akkoord, dan stuurt de verzekeraar een nieuwe garantieverklaring naar de Belastingdienst. Werkgever moet zelf bij de Belastingdienst aangeven erd te willen worden. De Belastingdienst moet de garantieverklaring vóór 01-10-2016 ontvangen.
 
Alle werkgevers mogen hun staartlasten achterlaten. Hierdoor komen ze 'schoon' over naar de verzekeraar. De bestaande WGA-uitkeringen worden gefinancierd door het UWV.
 
Bron: FTP Kennisbrief miljoenennota 2017
 
 
AdFizBijmans Assurantiën is aangesloten bij Adfiz:de branchevereniging
van onafhankelijke financiële intermediairs in Nederland
© 2012 | disclaimer